Hap Foods, een levensmiddelenhandelaar, bankeert sinds 1990 bij ING met een rentevaste lening en een rekening-courantkrediet. ING beëindigde de bankrelatie wegens vermoedens van onacceptabele risico's op witwassen en terrorismefinanciering, gebaseerd op transacties met Afrikaanse afnemers en betalingen aan een Politically Exposed Person (PEP). Hap Foods betwistte deze risico's en stelde dat de opzegging onredelijk was.
De voorzieningenrechter wees de vorderingen van Hap Foods af, maar het hof oordeelt dat ING onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er een onacceptabel risico op witwassen was. Hap Foods heeft de stellingen gemotiveerd betwist en stukken overgelegd, waaronder een forensisch rapport dat niet aan het hof is getoond.
Het hof stelt dat ING de bankrelatie op grond van het contract en redelijkheid en billijkheid mocht beëindigen, ondanks het ontbreken van bewijs voor het risico op witwassen. De belangenafweging weegt mee dat ING niet voor onbepaalde tijd een relatie hoeft te onderhouden met een klant waarin zij geen vertrouwen heeft. Het hof beveelt ING wel aan de relatie voorlopig te continueren tot uiterlijk 31 december 2019 om Hap Foods de gelegenheid te geven een andere bank te vinden.
De kosten van het hoger beroep worden aan Hap Foods opgelegd. Het vonnis van de voorzieningenrechter wordt bekrachtigd, waarmee de beëindiging van de bankrelatie rechtsgeldig blijft.