ECLI:NL:GHAMS:2019:4029

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
25 september 2019
Publicatiedatum
11 november 2019
Zaaknummer
23-003455-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens ontbreken belang

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, van 5 juli 2018. De verdachte had hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis. Tijdens de terechtzitting op 25 september 2019 gaf de raadsvrouw aan dat de verdachte het hoger beroep niet wenste te handhaven, hoewel een formele akte van intrekking nog niet was ingediend.

Het hof nam kennis van de vordering van de advocaat-generaal om de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Het hof constateerde dat er geen rechtens te respecteren belang bestond bij voortzetting van het hoger beroep en dat nader onderzoek niet noodzakelijk was.

Daarom verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 25 september 2019. Een van de rechters was niet in staat het arrest mede te ondertekenen.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens ontbreken van een rechtens te respecteren belang.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003455-18
datum uitspraak: 25 september 2019
VERSTEK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van
de politierechter in de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem van 5 juli 2018 in de strafzaak onder parketnummer 15-075492-18 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992,
adres: [adres].

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
25 september 2019.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, inhoudende dat de verdachte voor het ten laste gelegde niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het ingestelde hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Het onderzoek is op de terechtzitting in hoger beroep op 25 september 2019 aangevangen en voor beraad onderbroken. Blijkens een brief van de raadsvrouw van 25 september 2019 wenst de verdachte het hoger beroep niet te handhaven. Een akte intrekking rechtsmiddel is echter nog niet ingekomen.
Het hof zal, omdat ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak en gehoord de advocaat-generaal, de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk verklaren
in het ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P. Greve, mr. S. Clement en mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt, in tegenwoordigheid
van R. Vosman, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
25 september 2019.
mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.