ECLI:NL:GHAMS:2019:4029
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens ontbreken belang
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, van 5 juli 2018. De verdachte had hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis. Tijdens de terechtzitting op 25 september 2019 gaf de raadsvrouw aan dat de verdachte het hoger beroep niet wenste te handhaven, hoewel een formele akte van intrekking nog niet was ingediend.
Het hof nam kennis van de vordering van de advocaat-generaal om de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Het hof constateerde dat er geen rechtens te respecteren belang bestond bij voortzetting van het hoger beroep en dat nader onderzoek niet noodzakelijk was.
Daarom verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 25 september 2019. Een van de rechters was niet in staat het arrest mede te ondertekenen.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens ontbreken van een rechtens te respecteren belang.