ECLI:NL:GHAMS:2019:4127
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid en zorgplicht bank bij bouwdepot en restschuld Sint Maarten
In deze civiele zaak gaat het om een bouwdepotlening op Sint Maarten waarbij appellante en een medeschuldenaar een hypotheek en levensverzekeringen sloten. Na vertrek van de medeschuldenaar ontstond een restschuld die de bank op appellante verhaalt.
De rechtbank had appellante veroordeeld tot betaling van de restschuld, maar wees enkele vorderingen af. In hoger beroep betwist appellante haar hoofdelijke aansprakelijkheid en stelt zij dat de bank haar zorgplicht heeft geschonden, onder meer door onvoldoende te waken tegen overkreditering en onjuiste verrekening van betalingen.
Het hof oordeelt dat de hoofdelijke aansprakelijkheid is overeengekomen via algemene voorwaarden en dat de bank haar zorgplicht niet heeft geschonden. Betalingen en verrekeningen zijn voldoende verantwoord en de bank mocht het bouwdepot aanwenden voor betaling van schulden. De vordering tot afgifte van de verzekeringspolis wordt afgewezen, maar de bank wordt wel veroordeeld tot betaling van de premie risicoverzekering 2012. De restschuld wordt bevestigd en appellante wordt veroordeeld tot betaling van in totaal ANG 25.172,59 plus rente en kosten.
Uitkomst: Appellante wordt veroordeeld tot betaling van ANG 25.172,59 plus rente en kosten, met gedeeltelijke toewijzing van de vordering tot betaling van verzekeringspremies.