ECLI:NL:GHAMS:2019:4169
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ondertoezichtstelling minderjarige wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging
In deze zaak staat de ondertoezichtstelling van een minderjarige centraal, die door de raad was bevolen vanwege een ernstige bedreiging van zijn ontwikkeling. De moeder was in hoger beroep gekomen tegen deze beschikking. De minderjarige heeft geen contact met zijn vader sinds 2009 en kampt met negatieve bejegening door een persoon uit het gezin, wat zijn zelfbeeld schaadt.
De moeder betoogde dat de minderjarige niet ernstig in zijn ontwikkeling werd bedreigd en dat zij voldoende hulp accepteerde, onder meer via trajecten als Ouderschap Blijft en Kenter Jeugdhulp. De raad handhaafde de noodzaak van de ondertoezichtstelling vanwege de kwetsbaarheid van de minderjarige en de noodzaak van regievoering over de hulpverlening.
Het hof overwoog dat hoewel er sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging door de negatieve invloed van de persoon [X], de moeder inmiddels de noodzakelijke hulp accepteert. De eerdere wisselende acceptatie van hulp door de moeder rechtvaardigde destijds de ondertoezichtstelling, maar op het moment van het hoger beroep niet meer.
Daarom vernietigde het hof de ondertoezichtstelling voor de periode na de uitspraak en wees het verzoek van de raad voor voortzetting af, terwijl het de eerdere beschikking tot de datum van de uitspraak bekrachtigde.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt vernietigd voor de periode na de uitspraak en het verzoek tot voortzetting wordt afgewezen.