ECLI:NL:GHAMS:2019:4238

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
15 november 2019
Publicatiedatum
29 november 2019
Zaaknummer
23-001736-19
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging veroordeling opruiing en bedreiging tegen politicus na demonstratie

In hoger beroep bevestigt het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor opruiing en bedreiging. De verdachte had tijdens een landelijke demonstratie tegen racisme in Amsterdam meerdere malen de uitroep gedaan “Als je [slachtoffer] dood wil schieten, zeg dan paf”, gericht op een politicus en partijleider. Deze uitlatingen werden gefilmd en online verspreid, waarna het slachtoffer aangifte deed wegens bedreiging.

Het hof onderstreept het belang van vrijheid van meningsuiting, maar stelt dat de verdachte met haar handelen de grenzen van het toelaatbare ruimschoots heeft overschreden zonder een zinvolle bijdrage te leveren aan het maatschappelijke debat. De context van de uitlatingen, gericht tegen een succesvol verkozen politicus, maakt dat een geldboete of voorwaardelijke straf onvoldoende zou zijn geweest.

De motivering van het hof benadrukt dat het verweer van de verdachte dat zij geen (voorwaardelijk) opzet had op het ontstaan van vrees bij het slachtoffer, wordt verworpen. Het hof acht het noodzakelijk een duidelijk signaal te geven aan de democratische samenleving dat dergelijke opruiende uitlatingen niet getolereerd worden.

Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 15 november 2019.

Uitkomst: Het hof bevestigt de veroordeling van verdachte voor opruiing en bedreiging met een onvoorwaardelijke straf.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001736-19
datum uitspraak: 15 november 2019
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 23 april 2019 in de strafzaak onder parketnummer 13-071355-19 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1997,
adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
1 november 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof:
  • een aanvullende overweging geeft en;
  • de strafmotivering zal aanvullen als hierna weergegeven.

Aanvullende overweging

In de overwegingen van de rechtbank ten aanzien van de bedreiging alsmede in hetgeen de rechtbank in verband met de opruiing heeft overwogen over de betekenis van de tenlastegelegde en door de verdachte geroepen tekst, ligt tevens de verwerping besloten van het verweer dat de verdachte geen (voorwaardelijk) opzet zou hebben gehad op het in redelijkheid kunnen ontstaan bij [slachtoffer ] van de vrees dat hij het leven zou verliezen.

Aanvulling op de motivering van de opgelegde straf

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan opruiing en bedreiging. Zij heeft deelgenomen aan de landelijke demonstratie tegen racisme in Amsterdam en aldaar, meerdere malen, geroepen “Als je [slachtoffer ] dood wil schieten, zeg dan paf”, daarmee doelende op [slachtoffer ] , politicus en partijleider van [partij] . Het voorgaande is gefilmd, op internet geplaatst en vervolgens
viralgegaan. De heer [slachtoffer ] heeft als gevolg hiervan aangifte gedaan ter zake van bedreiging. Hoewel het hof, evenals de rechtbank, onderstreept dat de vrijheid van meningsuiting een belangrijke verworvenheid binnen de Nederlandse samenleving is, heeft de verdachte met haar handelen de grenzen van het toelaatbare (ruimschoots) overschreden zonder daarmee enige, laat staan zinvolle, bijdrage te leveren aan het maatschappelijke debat. Dergelijke uitlatingen kunnen niet worden getolereerd, waarbij het hof mede heeft gelet op de context waarbinnen zij deze heeft gedaan.
Het voorgaande brengt met zich mee dat, anders dan door de raadsman is betoogd, niet kan worden volstaan met een geldboete of voorwaardelijke straf. Een dergelijke afdoening zou volgens het hof, juist gelet op de context waarbinnen de verdachte de opruiende teksten heeft geroepen ten aanzien van een succesvol verkozen politicus, een verkeerd signaal zijn naar de (democratische) samenleving.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Iedema, mr. M.J.A. Duker en mr. M.W. Groenendijk, in tegenwoordigheid van
mr. J.G.W.M. Lut, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
15 november 2019.
=========================================================================
[…]