Op 1 augustus 2018 verzette de verdachte zich met geweld tegen een politieambtenaar die hem wilde aanhouden nabij het Smaragdplein in Amsterdam. De verbalisant handelde in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening door op verzoek van collega’s de verdachte te ondersteunen en de voetgangerstunnel te blokkeren.
De verdediging voerde aan dat de aanhouding onrechtmatig was omdat er geen bevel van een officier van justitie was en geen spoedeisende situatie bestond. Het hof verwierp dit verweer en oordeelde dat de verbalisant niet hoefde te controleren of aan alle formaliteiten was voldaan bij het verzoek tot assistentie.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich met geweld verzette door zich los te rukken en in een andere richting te bewegen dan de politieambtenaar wilde. De verdachte werd veroordeeld tot een taakstraf van 20 uur leerstraf (gedragsinterventie Tact), met een subsidiaire jeugddetentie van 10 dagen, rekening houdend met zijn persoonlijke omstandigheden en het advies van de Raad voor de Kinderbescherming.
Het vonnis van de kinderrechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht. De verdachte werd strafbaar verklaard voor wederspannigheid en veroordeeld tot de opgelegde straf.