ECLI:NL:GHAMS:2019:4446
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- A.V.T. de Bie
- G.W. Brands-Bottema
- R.G. Kemmers
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging eenhoofdig gezag moeder en vaststelling omgangsregeling vader-kind
In deze zaak staat het verzoek van de vader centraal om het gezamenlijk gezag over zijn minderjarige zoon te behouden, terwijl de moeder eenhoofdig gezag wenst. Het hof heeft eerder een tussenbeschikking gegeven en de Raad voor de Kinderbescherming gevraagd te onderzoeken wat in het belang van het kind is. De raad adviseert het eenhoofdig gezag aan de moeder toe te kennen vanwege de ernstige communicatieproblemen tussen de ouders en het belang van het kind.
De vader heeft sinds november 2017 nauwelijks contact met zijn zoon gehad, maar recentelijk is telefonisch contact weer mogelijk. Tijdens de zitting hebben partijen een omgangsregeling overeengekomen waarbij de vader het eerste volledige weekend van de maand en de helft van de schoolvakanties omgang met de minderjarige krijgt, met duidelijke afspraken over halen en brengen en communicatie.
Het hof oordeelt dat gezamenlijk gezag alleen kan worden toegekend als ouders in staat zijn tot constructieve samenwerking en overleg, wat hier ontbreekt. De moeder kent het kind het beste en kan adequaat beslissingen nemen. Het hof bekrachtigt daarom het eenhoofdig gezag van de moeder en legt de omgangsregeling vast, waarbij het belang van het kind centraal staat.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het eenhoofdig gezag van de moeder en stelt een omgangsregeling vast ten behoeve van de vader en de minderjarige.