ECLI:NL:GHAMS:2019:4508
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- W.H.F.M. Cortenraad
- H.T. van der Meer
- D. Kingma
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake billijke vergoeding bij ontbinding arbeidsovereenkomst wegens re-integratiegeschil
Appellante was sinds 1 juli 2012 in dienst bij De Bijenkorf en meldde zich op 2 maart 2015 ziek. De werkgever startte een tweede spoortraject en kreeg een loonsanctie opgelegd vanwege onvoldoende re-integratie-inspanningen. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden met toekenning van een transitievergoeding, maar zonder billijke vergoeding.
Appellante ging in hoger beroep tegen de afwijzing van de billijke vergoeding en stelde dat De Bijenkorf ernstig verwijtbaar had gehandeld door onvoldoende re-integratie en teleurstellende verwachtingen over het werk. Het hof oordeelde dat de teleurstellingen niet leiden tot ernstige verwijtbaarheid en dat de loonsanctie een passende compensatie vormde.
Het hof verwierp de grieven van appellante, bekrachtigde de ontbinding en veroordeelde haar in de kosten van het hoger beroep. De billijke vergoeding werd niet toegekend omdat onvoldoende feiten waren gesteld die ernstige verwijtbaarheid aannemelijk maken.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ontbinding van de arbeidsovereenkomst en wijst de billijke vergoeding af wegens onvoldoende ernstige verwijtbaarheid van de werkgever.