Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Tenlastelegging
Vonnis waarvan beroep
Inleiding
Standpunt Openbaar Ministerie
Standpunt verdediging verdachte [verdachte]
a prioriwaarschijnlijk is, gelet op de bevindingen van deskundige Van de Goot. Nu voorts volgens deskundige Dahan reeds een dosis van 40 mg oxycodon de bloedwaarde van 0,35 mg/l oxycodon bij [slachtoffer] kan verklaren, ontbreekt bewijs van het toedienen van een
dodelijkehoeveelheid, temeer nu volgens een zoekslag op internet een hoeveelheid van 1200 mg oxycodon wordt aangeraden om zelfmoord te plegen.
Oordeel hof
In zijn rapporten van 15 maart 2019 en 6 april 2019 schetste Dahan nog mede een scenario waarin sprake was van sequentiële inname van oxycodon, maar ter terechtzitting in hoger beroep heeft de deskundige verklaard er van uit te gaan dat [slachtoffer] de oxycodon in één keer heeft gekregen, omdat een “lethale dosis” lager is dan de aangetroffen dosis bij [slachtoffer] . Bij sequentiële inname zou de dodelijke dosis al eerder zijn bereikt.
nietverantwoordelijk is voor het toedienen van de oxycodon, zou juist het nog kunnen onderzoeken in zijn voordeel zijn. De door de verdachte in hoger beroep gegeven uitleg, dat daarmee werd gedoeld op het door de broers niet opnieuw kunnen laten opgraven van het lichaam van [slachtoffer] , acht het hof volstrekt niet passen in de context van het – door het hof zelf beluisterde – gesprek en ook overigens ongeloofwaardig.
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf en maatregel
Voorlopige hechtenis
Vordering van de benadeelde partij [FW]
€ 5.000,00
Door de inwerkingtreding op 1 januari 2019 van de Wet van 11 april 2018 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Strafvordering en het Wetboek van Strafrecht teneinde de vergoeding van affectieschade mogelijk te maken en het verhaal daarvan alsmede het verhaal van verplaatste schade door derden in het strafproces te bevorderen (Stb. 2018, 132), is de kring van tot schadevergoeding gerechtigden verruimd in die zin dat het voor de in art. 6:107, tweede lid, BW en art. 6:108, vierde lid, BW genoemde naasten van slachtoffers mogelijk wordt om een (forfaitaire) vergoeding van affectieschade te vorderen indien sprake is van overlijden of ernstig en blijvend letsel van het slachtoffer. Art. 51f, tweede lid, Sv is gewijzigd in die zin dat deze naasten zich in het strafproces kunnen voegen met de hier aan de orde zijnde vordering tot vergoeding van ‘affectieschade’. Met betrekking tot het overgangsrecht blijkt uit de wetsgeschiedenis evenwel dat deze verruiming slechts gevolgen heeft ten aanzien van schadeveroorzakende gebeurtenissen die plaatsvinden na de inwerkingtreding van deze wetswijziging per 1 januari 2019. Nu [slachtoffer] is overleden op 12 juni 2016, is vergoeding op deze grond niet mogelijk.
Vordering van de benadeelde partij [RW]
€ 5.000,00
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
15 (vijftien) jaren en 9 maanden.
Vordering van de benadeelde partij [FW]
€ 281,00 (tweehonderdeenentachtig euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 1.086,00(duizend zesentachtig euro).
€ 281,00 (tweehonderdeenentachtig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
5 (vijf) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Vordering van de benadeelde partij [RW]
€ 281,00 (tweehonderdeenentachtig euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 2.300,07(tweeduizend driehonderd euro en zeven cent).
€ 281,00 (tweehonderdeenentachtig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
5 (vijf) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.