Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de kantonrechter Noord-Holland inzake rijden zonder geldig rijbewijs op 24 juli 2018 te Den Helder. De verdachte reed terwijl zijn rijbewijs, afgegeven voor een beperkte termijn, was verlopen op 1 mei 2018.
Tijdens de terechtzitting verklaarde de verdachte dat hij niet direct werd staande gehouden, maar later die dag bij zijn woning werd aangesproken door een verbalisant die hem een waarschuwing gaf. Desondanks ontving hij later een boete voor de overtreding. Het hof achtte het bewezen dat de verdachte zonder geldig rijbewijs reed en verwierp de overige tenlasteleggingen.
De strafbaarheid van het feit en de verdachte werd bevestigd. Gezien de ernst van de overtreding en eerdere verkeersdelicten van verdachte, legde het hof een geldboete van €340 en zes dagen hechtenis op. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en de strafbeschikking en deed opnieuw recht.