ECLI:NL:GHAMS:2019:4713
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Schorsing voorlopige hechtenis wegens langdurig onderzoek en vertraging
Het gerechtshof Amsterdam behandelde op 18 december 2019 het verzoek tot opheffing dan wel schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte, die vastzit in verband met ernstige bezwaren omtrent drie feiten. Hoewel het hof geen reden ziet om de bezwaren te verminderen, erkent het de lange duur van het onderzoek en de vertragingen die hebben plaatsgevonden. De inhoudelijke behandeling van de zaak is nog niet gepland en op korte termijn niet waarschijnlijk.
Het hof besloot daarom de voorlopige hechtenis te schorsen met ingang van 2 januari 2020, onder strikte voorwaarden om herhaling van de schok voor de rechtsorde te voorkomen. De schorsing geldt tot de volgende inhoudelijke behandeling van de zaak. Het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis werd afgewezen.
De verdachte moet zich houden aan diverse voorwaarden, waaronder het niet onderhouden van contact met betrokkenen bij de incidenten, het verschijnen bij oproep, en het doorgeven van adreswijzigingen. Deze beslissing is genomen door de raadkamer van het hof, bestaande uit drie raadsheren, en is mede gebaseerd op het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 3 februari 2017 en recente NFI-onderzoeken.
Uitkomst: De voorlopige hechtenis wordt geschorst met ingang van 2 januari 2020 tot aan de volgende inhoudelijke behandeling onder strikte voorwaarden.