ECLI:NL:GHAMS:2019:4764

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
5 december 2019
Publicatiedatum
24 januari 2020
Zaaknummer
23-002214-19
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis met wijziging bijzondere voorwaarden jeugddetentie in hoger beroep

In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam bevestigt het gerechtshof het vonnis, behalve ten aanzien van de bijzondere voorwaarden van de geheel voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie. Het hof vernietigt dit deel en stelt nieuwe voorwaarden vast.

De verdachte werd geconfronteerd met verklaringen van de aangever en afgeluisterde telefoongesprekken waarin zij specifieke daderkennis toonde, hetgeen door het hof en de rechtbank als overtuigend bewijs werd beschouwd. De verdachte gaf geen aannemelijke verklaring voor deze kennis.

Ondanks positieve ontwikkelingen en gedragsverbeteringen bij de verdachte, adviseert de Raad voor de Kinderbescherming toezicht en begeleiding voort te zetten. De William Schrikker Stichting en Spirit bevestigen de positieve lijn en adviseren nazorg.

Het hof legt als bijzondere voorwaarden op dat de veroordeelde onderwijs en stage volgt, meewerkt aan begeleiding door IFA/Spirit en zich meldt bij de William Schrikker Stichting zolang de reclassering dit noodzakelijk acht. Het toezicht en de begeleiding worden opgedragen aan de William Schrikker Stichting.

Voor het overige wordt het vonnis van de rechtbank bevestigd.

Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis, wijzigt de bijzondere voorwaarden van de voorwaardelijke jeugddetentie en legt toezicht en begeleiding op.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002214-19
datum uitspraak: 5 december 2019
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 28 mei 2019 in de strafzaak onder parketnummer 13-680143-18 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2003,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 21 november 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, behalve ten aanzien van de bijzondere voorwaarden gesteld bij de door de rechtbank geheel voorwaardelijk opgelegde en in hoger beroep bevestigde jeugddetentie, welke beslissing in een aanvullende overweging wordt toegelicht, -in zoverre zal het vonnis worden vernietigd- en met dien verstande dat het hof de door de rechtbank gebezigde bewijsoverweging zal aanvullen met de volgende overweging:
De aangever [aangever] is, op verzoek van de verdediging, op 10 oktober 2019 gehoord door de raadsheer-commissaris. In dit verhoor heeft hij niet wezenlijk anders verklaard dan in zijn aangifte op 11 augustus 2018. Zijn verklaring komt op essentiële punten met de aangifte overeen. Hij verklaart onder meer: “Ik voelde wel een vrouwenhand om één van mijn handen heen. (…) Ik werd achter in mijn stoel getrokken (Opmerking raadsheer-commissaris: de getuige doet na hoe hij in de stoel zat. Zijn hoofd buigt hij daarbij naar achteren)”.
Uit het proces-verbaal van bevindingen tap van 11 september 2018, volgt dat de verdachte in het afgeluisterde telefoongesprek 1522 op 7 september 2018 aan een onbekend gebleven man mededeelt dat zij degene was die de aangever in een headlock heeft gezet alvorens zij met de overige daders richting het metrostation is gerend, hetgeen weer wordt bevestigd door de camerabeelden van het metrostation waarop te zien is dat zij met drie manspersonen komt aangerend.
De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep geen enkele aannemelijke verklaring gegeven voor het feit dat zij beschikt over de specifieke daderkennis zoals naar voren komt uit het tapgesprek. Dat dit enkel stoere praat zou zijn omdat ze erbij wilde horen, acht het hof, evenals de rechtbank, ongeloofwaardig.
Bijzondere voorwaarden
Uit het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 13 november 2019 volgt dat de Raad, ondanks de positieve lijn die de verdachte laat zien, blijft bij het eerder in november 2018 gegeven advies. Ter terechtzitting in hoger beroep is aangegeven dat er veel zorgen waren, maar dat deze strafzaak blijkbaar een grote en positieve indruk op de verdachte heeft gemaakt, waardoor het nu heel goed met haar gaat. Door de Raad wordt toezicht en begeleiding geadviseerd ter ondersteunen in de ingezette positieve lijn.
Door de vertegenwoordiger van de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering is ter terechtzitting in hoger beroep eveneens aangegeven dat het goed gaat met de verdachte. Zij heeft geen justitiecontacten meer, gaat niet meer met de medeverdachten om en gaat weer naar school. Voor het geval het in de toekomst toch weer minder gaat, is toezicht en begeleiding wel gewenst. Op dit moment is er geen concreet zicht op begeleid wonen.
Namens Spirit is ter terechtzitting aangegeven dat het IFA traject goed is doorlopen en dat de komende drie maanden nazorg zal worden gestart.
Gelet op deze positieve ontwikkelingen van de verdachte ziet het hof aanleiding de bijzondere voorwaarden als wijzigingen zoals genoemd in het dictum.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de bijzondere voorwaarden gesteld bij de door de rechtbank geheel voorwaardelijk opgelegde en in hoger beroep bevestigde jeugddetentie en doet in zoverre opnieuw recht.
Stelt als bijzondere voorwaarde datde veroordeelde gedurende de proeftijd onderwijs en stage zal volgen volgens het rooster.
Stelt als bijzondere voorwaarde datde veroordeelde gedurende de proeftijd zal meewerken aan de begeleiding door IFA/Spirit.
Stelt als bijzondere voorwaarde datde veroordeelde verplicht is zich gedurende de proeftijd te melden bij William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, zolang en zo vaak de reclassering dit noodzakelijk acht.
Geeft opdracht aan William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam, tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met in achtneming van het voor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.H.C. van Ginhoven, mr. A.M. Kengen en mr. M.K. Durdu-Agema, in tegenwoordigheid van mr. M.S. de Boer, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 5 december 2019.
Mr. Durdu-Agema is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]