ECLI:NL:GHAMS:2019:4815

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
20 december 2019
Publicatiedatum
4 februari 2020
Zaaknummer
23-001837-19
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 10 OpiumwetArt. 22c SrArt. 22d SrArt. 378a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor bezit van MDMA-pillen en -poeder in hoger beroep

In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter vernietigd en de verdachte veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van ongeveer 98 pillen en 3 gram MDMA, een middel op lijst I van de Opiumwet. De tenlastelegging werd waar nodig taalkundig verbeterd zonder de verdediging te schaden.

Het hof achtte het bewezen dat de verdachte op 11 oktober 2018 in Anna Paulowna MDMA bij zich had. De verdachte werd vrijgesproken van hetgeen meer of anders was ten laste gelegd. Er waren geen omstandigheden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde of van de verdachte uitsloten.

De politierechter had een gevangenisstraf van 2 maanden opgelegd, maar het hof legde een taakstraf van 80 uur op, met een vervangende hechtenis van 40 dagen, rekening houdend met de ernst van het feit, de schadelijkheid van MDMA, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en het ontbreken van eerdere soortgelijke veroordelingen.

De wettelijke grondslag voor de straf is gelegen in de Opiumwet en het Wetboek van Strafrecht. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 20 december 2019.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 80 uur, te vervangen door 40 dagen hechtenis wegens bezit van MDMA.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001837-19
datum uitspraak: 20 december 2019
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 2 april 2019 in de strafzaak onder parketnummer 15-019980-19 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
20 december 2019.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 11 oktober 2018 te Anna Paulowna, gemeente Hollands Kroon opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 98 pillen en/of 3 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 11 oktober 2018 te Anna Paulowna, gemeente Hollands Kroon opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 98 pillen en 3 gram, zijnde MDMA, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezen verklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 100 uren, te vervangen door 50 dagen hechtenis.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van 98 pillen en 3 gram MDMA. Harddrugs zoals MDMA is voor de gebruiker een zeer schadelijke stof. Het gebruik ervan is ook bezwarend voor de samenleving, onder andere vanwege de daarmee gepaard gaande gepleegde criminaliteit.
De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep naar voren gebracht dat de verdachte het onderhavige feit heeft begaan toen hij zich, door persoonlijke omstandigheden, in een moeilijke tijd bevond, maar dat zijn leven thans gestabiliseerd is en hij zijn leven weer op de rails probeert te krijgen. Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 3 december 2019 is de verdachte daarnaast niet eerder onherroepelijk veroordeeld ter zake van een soortgelijk feit, hetgeen het hof in zijn voordeel meeweegt.
Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht.
Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
40 (veertig) dagen hechtenis.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. van Amsterdam, mr. M. Jurgens en mr. M.R. Cox, in tegenwoordigheid van
R. Vosman, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 20 december 2019.
mr. M.R. Cox is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.