In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter vernietigd en de verdachte veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van ongeveer 98 pillen en 3 gram MDMA, een middel op lijst I van de Opiumwet. De tenlastelegging werd waar nodig taalkundig verbeterd zonder de verdediging te schaden.
Het hof achtte het bewezen dat de verdachte op 11 oktober 2018 in Anna Paulowna MDMA bij zich had. De verdachte werd vrijgesproken van hetgeen meer of anders was ten laste gelegd. Er waren geen omstandigheden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde of van de verdachte uitsloten.
De politierechter had een gevangenisstraf van 2 maanden opgelegd, maar het hof legde een taakstraf van 80 uur op, met een vervangende hechtenis van 40 dagen, rekening houdend met de ernst van het feit, de schadelijkheid van MDMA, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en het ontbreken van eerdere soortgelijke veroordelingen.
De wettelijke grondslag voor de straf is gelegen in de Opiumwet en het Wetboek van Strafrecht. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 20 december 2019.