In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter is de verdachte herkend op camerabeelden als bestuurder van een Opel Astra bij een auto-inbraak. De verdediging voerde aan dat de herkenning onvoldoende betrouwbaar was en verzocht om een gezichtsvergelijkend onderzoek door het NFI, wat het hof afwees vanwege voldoende kwaliteit van de beelden en herkenning door ambtshalve bekende verbalisanten.
De verdachte gaf wisselende verklaringen over het gebruik van de Opel Astra, wat het hof ongeloofwaardig achtte. Op basis van de beelden, verklaringen en het dossier achtte het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de auto-inbraak heeft gepleegd.
De politierechter legde zes weken gevangenisstraf op en een voorwaardelijke gevangenisstraf van vijf maanden werd tenuitvoer gelegd. Het hof stelde een gevangenisstraf van vijf weken passend, maar verminderde deze met een week wegens overschrijding van de redelijke termijn, gelet op persoonlijke omstandigheden en procesverloop.
Het hof bevestigde het vonnis voor het overige en wees het verzoek tot strafomzetting in een taakstraf af. De straf is opgelegd met inachtneming van eerdere veroordelingen en het ontbreken van motivatie tot gedragsverbetering bij de verdachte.