ECLI:NL:GHAMS:2019:4905
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens nietigheid dagvaarding in strafzaak passagier vlucht Dublin-Amsterdam
De verdachte werd beschuldigd van het niet opvolgen van aanwijzingen van de gezagvoerder tijdens een vlucht van Dublin naar Amsterdam op 22 juni 2017. In eerste aanleg verklaarde de kantonrechter de dagvaarding nietig omdat deze niet volgens het Verdrag tussen Nederland en Australië was betekend. Het openbaar ministerie ging hiertegen in hoger beroep.
Het hof oordeelde dat de dagvaarding rechtsgeldig was betekend omdat deze tijdig en persoonlijk aan de verdachte was uitgereikt met behulp van een tolk, en dat de latere schriftelijke vertaling geen betekening in de zin van het Verdrag was. De kantonrechter had het Verdrag onjuist geïnterpreteerd door de dagvaarding nietig te verklaren.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de kantonrechter en verwees de zaak terug voor een nieuwe behandeling op basis van de inleidende dagvaarding. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 4 februari 2019.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en wijst de zaak terug naar de kantonrechter voor nieuwe behandeling.