ECLI:NL:GHAMS:2019:4920

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
13 augustus 2019
Publicatiedatum
17 maart 2020
Zaaknummer
23-001284-19
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis politierechter inzake zakkenrollerij ondanks verweren in hoger beroep

In deze strafzaak is hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam, waarbij verdachte werd veroordeeld voor zakkenrollerij. Het gerechtshof Amsterdam heeft het vonnis van de politierechter bevestigd na onderzoek van de zaak en de behandeling van het hoger beroep op 30 juli 2019.

De verdediging voerde verschillende verweren aan, maar deze werden door het hof weerlegd aan de hand van de bewijsmiddelen en de bewijsoverwegingen van de politierechter. Het hof heeft met name een proces-verbaal van bevindingen (bewijsmiddel 2) nader beoordeeld, waarin twee telefoons werden aangetroffen bij verdachte tijdens een fouillering. Het hof oordeelde dat dit bewijsmiddel ondersteunend is voor het zakkenrollersgedrag, maar niet als bewijs kan dienen voor het wegnemen van de telefoon van de aangeefster, omdat niet is gebleken dat zij dezelfde persoon is als degene bij wie de poging tot diefstal plaatsvond.

Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 13 augustus 2019. Eén van de rechters was niet in staat het arrest mede te ondertekenen. De uitspraak bevestigt het vonnis van de politierechter zonder wijziging.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt het vonnis van de politierechter en verwerpt de verweren in hoger beroep.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001284-19
datum uitspraak: 13 augustus 2019
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 21 maart 2019 in de strafzaak onder parketnummer
13-057044-19 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Libië) op [geboortedag] 1986,
zonder bekende woon- of verblijfplaats,
thans uit anderen hoofde gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Zaanstad te Westzaan.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
30 juli 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen. De in hoger beroep gevoerde verweren vinden naar het oordeel van het hof hun weerlegging in de bewijsmiddelen en de bewijsoverweging van de politierechter, waarbij het hof ten aanzien van bewijsmiddel 2 (een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300-2019049489-8 van 9 maart 2019 in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1], [verbalisant 2] en [verbalisant 3]) het navolgende overweegt.

Bewijsmiddel 2

Het hof neemt – evenals de overige door de politierechter gebezigde bewijsmiddelen – bewijsmiddel 2 over met dien verstande dat het de laatste volzin, te weten ‘
Tijdens de insluitingsfouillering zijn bij [verdachte] in zijn linkerbroekzak twee telefoons aangetroffen die hij niet kon ontgrendelen’ schrapt.
Het hof leest voornoemd bewijsmiddel in samenhang met de bewijsoverweging op die manier dat het bewijsmiddel dient ter ondersteuning voor het bewijs van het zakkenrollersgedrag van de verdachte en niet als bewijs voor het wegnemen van de telefoon van de aangeefster, nu naar het oordeel van het hof niet is gebleken dat de aangeefster dezelfde persoon is als degene bij wie blijkens dit proces-verbaal een (poging tot) diefstal werd ondernomen.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen, mr. A.E. Kleene-Krom en mr. M.J.A. Duker, in tegenwoordigheid van mr. D. Boessenkool, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 13 augustus 2019.
mr. M.J.A. Duker is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]