In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter vernietigd vanwege een afwijkende bewezenverklaring. De verdachte werd ervan beschuldigd een wapen van categorie I, een replica pistool merk Walther P99, voorhanden te hebben gehad op of omstreeks 26 september 2018 te Schagen.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het replica pistool in zijn bezit had, maar sprak hem vrij van andere tenlasteleggingen. De strafbaarheid van het feit werd bevestigd op grond van artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
De politierechter had een geldboete van €500 opgelegd, subsidiair 10 dagen hechtenis. Het hof bevestigde deze straf, waarbij het de ernst van het feit en de omstandigheden, waaronder het feit dat de verdachte het wapen standaard bij zich droeg om af te schrikken, meewoog. Het niet-echte karakter van het wapen doet hieraan niet af, omdat het voor derden niet zonder meer herkenbaar is als imitatie.
De straf is gebaseerd op de artikelen 23, 24, 24c en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13 en 55 van de Wet wapens en munitie. Het vonnis werd op 9 oktober 2019 uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.