ECLI:NL:GHAMS:2019:4974

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
9 oktober 2019
Publicatiedatum
8 april 2020
Zaaknummer
23-001674-18
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 231 SrArt. 1 Wet op de identificatieplichtArt. 31 Vluchtelingenverdrag
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens lopende asielprocedure verdachte

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de strafzaak tegen verdachte, die werd vervolgd voor het bezit en afleveren van een vals paspoort. Tijdens de zitting in hoger beroep werd bekend dat verdachte een asielaanvraag had ingediend en dat deze procedure nog liep.

De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege deze lopende asielprocedure. Het hof nam kennis van de standpunten van de advocaat-generaal en de verdediging en concludeerde dat de asielprocedure inderdaad nog niet was afgerond, wat werd ondersteund door stukken over vreemdelingenbewaring.

Op grond van jurisprudentie van de Hoge Raad, met name ECLI:HR:2015:1093, oordeelde het hof dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk is in vervolging zolang de asielprocedure niet onherroepelijk is afgewezen. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging.

Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens een lopende asielprocedure van verdachte.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001674-18
datum uitspraak: 9 oktober 2019
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 3 mei 2018 in de strafzaak onder parketnummer
15-078880-18 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Irak) op [geboortedag] 1971,
adres: [adres].

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
25 september 2019.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 21 april 2018 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer een reisdocument en/of identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht, te weten een nationaal paspoort van Irak, voorzien van het nummer [nummer] waarvan hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze vals of vervalst was, heeft afgeleverd en/of voorhanden heeft gehad.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof op grond van nieuwe informatie tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat hij na de terechtzitting in eerste aanleg een asielaanvraag heeft ingediend. De raadsman heeft in aanvulling daarop naar voren gebracht dat de asielprocedure nog steeds loopt. Hij heeft om die reden de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging bepleit.
De advocaat-generaal heeft zich primair op het standpunt gesteld dat het verweer van de raadsman dient te worden verworpen nu de asielaanvraag niet is aangetoond. Subsidiair heeft zij zich op het standpunt gesteld dat indien kan worden aangetoond dat sprake is van een lopende asielprocedure, het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging dient te worden verklaard gelet op de jurisprudentie van de Hoge Raad, in het bijzonder de uitspraak gepubliceerd onder het nummer ECLI:HR:2015:1093.
Het hof overweegt als volgt.
Het hof ziet geen aanleiding te twijfelen aan de mededelingen van de raadsman - die enige steun vinden in stukken met betrekking tot de vreemdelingenbewaring - dat ten tijde van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep sprake is van een nog lopende asielprocedure volgend op een door de verdachte, die als vreemdeling moet worden aangemerkt, gedane eerste asielverzoek.
De verdachte wordt vervolgd voor overtreding van het bepaalde in artikel 231 van Pro het Wetboek van Strafrecht (Sr).
Uit de strekking van artikel 31 van Pro het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen (hierna: het Vluchtelingenverdrag) vloeit voort dat het openbaar ministerie in de op artikel 231 Sr Pro gebaseerde vervolging van een verdachte die vreemdeling is en zich tegen de beschuldiging verweert met een beroep op de bescherming die deze verdragsbepaling beoogt te bieden, slechts dan ontvankelijk is indien onverwijld en zonder nader onderzoek door de strafrechter kan worden vastgesteld dat de stelling van de vreemdeling dat hij een vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag ongegrond is (Hoge Raad 6 november 2012, LJN: BW9266).
De Hoge Raad heeft in de hierboven door de advocaat-generaal bedoelde uitspraak van 21 april 2015 overwogen dat in een geval als het onderhavige, waarin geen sprake is van een onherroepelijke afwijzing van de eerste door de verdachte gedane asielaanvraag, bij een strafvervolging ter zake van het in artikel 231 Sr Pro strafbaar gestelde misdrijf geen ruimte bestaat om te onderzoeken of aan de (overige) voorwaarden van artikel 31 van Pro het Vluchtelingenverdrag is voldaan.
Uit het voorgaande vloeit voort dat het openbaar ministerie, overeenkomstig het (subsidiaire) standpunt van de advocaat-generaal en met de raadsman, niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.E. Kleene-Krom, mr. A.M. van Woensel en mr. F.M.D. Aardema, in tegenwoordigheid van mr. D. Boessenkool, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 9 oktober 2019.
mr. A.M. van Woensel is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]