ECLI:NL:GHAMS:2019:4974
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens lopende asielprocedure verdachte
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de strafzaak tegen verdachte, die werd vervolgd voor het bezit en afleveren van een vals paspoort. Tijdens de zitting in hoger beroep werd bekend dat verdachte een asielaanvraag had ingediend en dat deze procedure nog liep.
De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege deze lopende asielprocedure. Het hof nam kennis van de standpunten van de advocaat-generaal en de verdediging en concludeerde dat de asielprocedure inderdaad nog niet was afgerond, wat werd ondersteund door stukken over vreemdelingenbewaring.
Op grond van jurisprudentie van de Hoge Raad, met name ECLI:HR:2015:1093, oordeelde het hof dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk is in vervolging zolang de asielprocedure niet onherroepelijk is afgewezen. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens een lopende asielprocedure van verdachte.