De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het rijden zonder geldig rijbewijs op 13 november 2018 te Haarlem. Hij wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard en bestuurde toch een personenauto op de openbare weg. De verdediging voerde aan dat het rijden noodzakelijk was om een gevaarlijke verkeerssituatie te voorkomen, maar het hof verwierp dit verweer wegens gebrek aan bewijs en tegenstrijdigheden in de locatie van het voertuig.
Het hof achtte het bewezen dat de verdachte het voertuig bestuurde terwijl hij wist dat zijn rijbewijs ongeldig was. Er werden geen omstandigheden gevonden die de strafbaarheid uitsloten. Bij de strafoplegging werd rekening gehouden met eerdere onherroepelijke verkeersveroordelingen van de verdachte en de lopende voorwaardelijke rijontzeggingen, waardoor een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend werd geacht.
Naast de gevangenisstraf van twee weken legde het hof ontzeggingen van de rijbevoegdheid op van zes en negen maanden, voortvloeiend uit eerdere voorwaardelijke straffen, waarvan de tenuitvoerlegging werd gelast vanwege het nieuwe strafbare feit. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht.