ECLI:NL:GHAMS:2019:4986
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voor bezit XTC en toepassing artikel 9a Sr bij bezit geringe hoeveelheid GHB
In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter heeft het hof Amsterdam het bezit van ongeveer 26,5 XTC-pillen niet bewezen geacht en de verdachte daarvan vrijgesproken. Wel is vastgesteld dat de verdachte op 31 december 2014 te Amsterdam opzettelijk 4 milliliter GHB bij zich had.
De verdediging voerde niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie aan voor de vervolging wegens bezit van GHB, omdat het een geringe hoeveelheid voor eigen gebruik betrof. Het hof verwierp dit verweer en oordeelde dat het openbaar ministerie bevoegd was tot vervolging, mede omdat de verdenking ook het bezit van XTC betrof.
Gelet op de geringe ernst van het feit, het tijdsverloop en het ontbreken van eerdere veroordelingen, besloot het hof toepassing te geven aan artikel 9a Wetboek van Strafrecht, waardoor geen straf of maatregel werd opgelegd aan de verdachte.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van bezit XTC, geen straf opgelegd voor bezit geringe hoeveelheid GHB onder toepassing artikel 9a Sr.