ECLI:NL:GHAMS:2019:5086

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
11 september 2019
Publicatiedatum
12 januari 2021
Zaaknummer
23-003932-16
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 225 SrArt. 36e SrArt. 422 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak witwassen en afwijzing ontnemingsvordering na hoger beroep

In deze zaak stond de veroordeelde terecht voor valsheid in geschrifte en witwassen. De rechtbank Amsterdam had de veroordeelde veroordeeld voor valsheid in geschrifte en gewoontewitwassen en legde een ontnemingsvordering van ruim €865.000 op.

Zowel het openbaar ministerie als de veroordeelde gingen in hoger beroep. Het gerechtshof Amsterdam vernietigde het vonnis van de rechtbank en sprak de veroordeelde vrij van het ten laste gelegde witwassen. Omdat er geen veroordeling was voor een strafbaar feit waarbij wederrechtelijk verkregen voordeel was genoten, wees het hof ook de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af.

Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 11 september 2019. De beslissing betekent dat de veroordeelde niet tot betaling aan de staat wordt veroordeeld voor het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel.

Uitkomst: De veroordeelde is vrijgesproken van witwassen en de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel is afgewezen.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 23-003932-16
Datum uitspraak: 11 september 2019
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 14 oktober 2016 op de vordering van het openbaar ministerie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de ontnemingszaak met nummer 13-845092-14 tegen de veroordeelde
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag] 1980,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
28 augustus 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de veroordeelde en de raadsman naar voren is gebracht.

Procesgang

Het openbaar ministerie heeft in eerste aanleg gevorderd dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat tot een bedrag van € 956.761,00.
De veroordeelde is bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 14 oktober 2016 veroordeeld ter zake van – kort gezegd – valsheid in geschrifte, het opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift als bedoel in artikel 225 eerste Pro lid van het Wetboek van Strafrecht als ware het echt en onvervalst en gewoontewitwassen.
Daarnaast heeft de rechtbank Amsterdam bij vonnis van 14 oktober 2016 de veroordeelde de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 865.692,82 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Het openbaar ministerie en de veroordeelde hebben hoger beroep ingesteld tegen beide vonnissen.
De veroordeelde is bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 11 september 2019 veroordeeld terzake van – kort gezegd – valsheid in geschrifte en het opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225 eerste Pro lid van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

Wederrechtelijk verkregen voordeel

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat aan de veroordeelde de verplichting wordt opgelegd tot betaling aan de staat van primair € 1.877.779,00 en subsidiair
€ 938.889,50 ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel dat de veroordeelde met witwassen zou hebben verdiend.
De veroordeelde is bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van heden van het ten laste gelegde witwassen vrijgesproken. Nu er ook overigens geen sprake is van een veroordeling wegens een strafbaar feit in verband waarmee wederrechtelijk verkregen voordeel is genoten, zal de vordering worden afgewezen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigthet vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Wijst afde vordering strekkende tot oplegging van de verplichting tot betaling aan de staat van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.P. den Otter, mr. E. van Die en mr. J. Piena, in tegenwoordigheid van mr. J.M. van Riel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 11 september 2019.
=========================================================================
[…]