De verdachte werd beschuldigd van mishandeling van een straatcoach door hem op 8 september 2017 in Amsterdam met een paraplu te slaan. In eerste aanleg werd hij veroordeeld tot een werkstraf van tien uur. In hoger beroep heeft het hof het vonnis van de kinderrechter vernietigd en de tenlastelegging bewezen verklaard.
Het bewijs bestond uit de aangifte van het slachtoffer en de verklaring van een getuige, die elkaar ondersteunen ondanks het ontbreken van een letselverklaring en het tijdsverloop tussen het incident en de verklaringen. Het hof achtte de verklaringen betrouwbaar en oordeelde dat de mishandeling bewezen is.
De verdachte had zonder redelijke aanleiding het slachtoffer, een straatcoach belast met ordehandhaving, agressief bejegend. Gezien de ernst van het feit en de eerdere onherroepelijke veroordeling van de verdachte, legde het hof een hogere straf op dan in eerste aanleg: een werkstraf van 20 uur. Tevens werd de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke werkstraf van tien uur gelast vanwege een nieuw strafbaar feit binnen de proeftijd.
De straf is opgelegd met inachtneming van de leeftijd van de verdachte en het advies van de Raad voor de Kinderbescherming, die afzag van toezicht en begeleiding gezien het tussentijdse gedrag van de verdachte. Het hof benadrukte het belang van respect voor handhavers en de strafverzwarende omstandigheid dat het slachtoffer een straatcoach was tijdens het uitoefenen van zijn taak.