ECLI:NL:GHAMS:2019:53
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- H.A. van den Berg
- A. van Haeringen
- R.G. Kemmers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot beëindiging gezag en toewijzing voogdij aan GI
De zaak betreft een hoger beroep van de vader tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam die het ouderlijk gezag van de vader en moeder over hun minderjarige kind heeft beëindigd en de GI met de voogdij heeft belast. De vader erkende het kind in 2017 en oefende sinds maart 2017 samen met de moeder het gezag uit. De minderjarige is sinds maart 2017 geplaatst bij een pleegvader, die een centrale rol in haar opvoeding speelt sinds haar tweede levensjaar.
De vader voerde aan dat hij in staat is de zorg en opvoeding van het kind binnen een aanvaardbare termijn op zich te nemen en verzocht om benoeming van een bijzondere curator voor onderzoek naar zijn opvoedvaardigheden. De raad en GI stelden dat de plaatsing bij de pleegvader goed verloopt en de opvoedomgeving aan de ontwikkelingsbehoeften van het kind voldoet. De omgang tussen vader en kind verloopt goed, maar continuering van het gezag van de vader zou de stabiele situatie kunnen verstoren.
Het hof overwoog dat de beëindiging van het gezag gerechtvaardigd is omdat het belang van de minderjarige gediend is met continuering van de plaatsing bij de pleegvader en het bieden van duidelijkheid over het opvoedperspectief. Het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator werd afgewezen omdat nader onderzoek het belang van het kind zou schaden. Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking en wees het verzoek van de vader af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag van vader en moeder en belast de GI met de voogdij over de minderjarige.