ECLI:NL:GHAMS:2019:537
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep en schorsingsverzoek voorlopige hechtenis verdachte met Brits adres
Het Gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam die een bevel tot voorlopige hechtenis bevatte. Verdachte, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland en met een Brits adres, werd verdacht van feiten waarvoor inbewaringstelling was bevolen.
De raadsvrouw van verdachte diende een schorsingsverzoek in, ondersteund met foto’s, maar het hof achtte de ernstige bezwaren voor de feiten onverminderd aanwezig. De herkenning door verbalisanten en een getuige werd meegenomen in de beoordeling. Het feit dat verdachte niet aanwezig was bij de raadkamerbehandeling maakte toetsing van zijn stelling dat hij niet de bestuurder was onmogelijk.
Daarnaast achtte het hof het vluchtgevaar groot, mede door het Britse staatsburgerschap van verdachte en het naderende Brexitproces, wat de traceerbaarheid voor Nederlandse justitie onzeker maakt. Ook de recidivegrond bleef onverkort van toepassing. Het hof zag geen reden om de voorlopige hechtenis te schorsen of te beperken en wees het beroep en het schorsingsverzoek af.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep en het schorsingsverzoek tegen de voorlopige hechtenis af.