Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2019:538

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
6 februari 2019
Publicatiedatum
26 februari 2019
Zaaknummer
13/665018-19
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing hoger beroep en schorsingsverzoek voorlopige hechtenis wegens recidivegevaar

Het gerechtshof Amsterdam heeft kennisgenomen van het hoger beroep van verdachte tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam tot zijn gevangenhouding. Na behandeling in de raadkamer en het horen van de advocaat-generaal en verdachte, heeft het hof de gronden van de rechtbank onderschreven.

Het hof acht de ernstige bezwaren tegen verdachte aanwezig, met name vanwege de verdenking van grootschalige, lucratieve vermogensdelicten. De verklaringen en stukken van de verdediging zijn onvoldoende om deze bezwaren weg te nemen. Hierdoor is het recidivegevaar reëel, vooral gezien de mogelijke gevangenisstraf van zes jaar of meer.

Het hof ziet geen toepasselijkheid van een omstandigheid als bedoeld in artikel 67a, derde lid, Sv en acht het niet mogelijk om het recidivegevaar met schorsingsvoorwaarden te beperken. Daarom wijst het hof het beroep en het schorsingsverzoek af.

Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af vanwege ernstige bezwaren en recidivegevaar.

Uitspraak

13/665018-19
GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKINGin raadkamer op het hoger beroep in de zaak van
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,
wonende te [adres],
thans verblijvende in het huis van bewaring Detentiecentrum Schiphol te Badhoevedorp,
tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 21 januari 2019, voor zover houdende bevel tot zijn gevangenhouding.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Amsterdam van
23 januari 2019, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld tegen voormelde beschikking van die rechtbank.
Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsvrouw mr. M.M.R. Slaghekke.
Bij de behandeling in raadkamer heeft de raadsvrouw namens de verdachte een mondeling schorsingsverzoek gedaan.

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beschikking waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en de gronden waarop deze berust.
Het hof is evenals de rechtbank van oordeel dat er ernstige bezwaren zijn voor de onder 2 en 3 op de vordering inbewaringstelling vermelde feiten. De verklaringen die de verdachte hierover heeft afgelegd en de stukken die de verdediging tot nu toe ter onderbouwing van die verklaringen heeft overgelegd, acht het hof onvoldoende om deze ernstige bezwaren niet aanwezig te achten.
Nu er ernstige bezwaren zijn dat de verdachte zich op grote schaal schuldig heeft gemaakt aan ogenschijnlijk zeer lucratieve vermogensdelicten, acht het hof de vrees gerechtvaardigd dat de verdachte bij invrijheidsstelling een misdrijf zal begaan waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van zes jaren of meer is gesteld.
Het hof is van oordeel dat een omstandigheid als bedoeld in artikel 67a, derde lid, Sv zich thans niet voordoet.
Wat betreft het verzoek tot schorsing ziet het hof geen mogelijkheid het bestaande recidivegevaar door het stellen van schorsingsvoorwaarden voldoende in te perken.
13/665018-19

De beslissing

Het hof:
WIJST AF het beroep tegen de bestreden beschikking, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.
WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
Deze beschikking is gegeven op 6 februari 2019 in raadkamer van dit hof door
mr. J.L. Bruinsma, voorzitter,
mrs. M.M.H.P. Houben en B. van der Werf, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. S.A.M. Borg als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 6 februari 2019,
de advocaat-generaal