ECLI:NL:GHAMS:2019:540

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
6 februari 2019
Publicatiedatum
26 februari 2019
Zaaknummer
13/684486-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67a Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing hoger beroep en schorsingsverzoek voorlopige hechtenis verdachte

Het Gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam tot verlenging van zijn voorlopige hechtenis. Tijdens de raadkamerzitting werd ook een mondeling schorsingsverzoek namens verdachte ingediend.

Het hof heeft de stukken inzake de voorlopige hechtenis bestudeerd en heeft de advocaat-generaal en verdachte gehoord. Het hof sluit zich aan bij de motivering van de rechter-commissaris en oordeelt dat geen omstandigheden aanwezig zijn die verlenging van de hechtenis onrechtvaardig maken, zoals bedoeld in artikel 67a, derde lid, Sv.

De raadsman verwees naar een arrest uit 2018 met een vergelijkbaar feitencomplex waarbij een voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf werden opgelegd, maar het hof stelt dat deze zaak niet gelijk is, mede vanwege verschillen in strafblad en persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Het schorsingsverzoek wordt afgewezen omdat een gedegen reclasseringsrapport met mogelijke schorsingsvoorwaarden en een concreet plan van aanpak ontbreekt. De beschikking van de rechtbank wordt bevestigd en het beroep en schorsingsverzoek worden verworpen.

Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep en het schorsingsverzoek af en bevestigt de verlenging van de voorlopige hechtenis.

Uitspraak

13/684486-18
GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKINGin raadkamer op het hoger beroep in de zaak van
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
wonende te [adres],
thans verblijvende in het huis van bewaring Justitieel Complex Zaanstad te Westzaan,
tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 21 januari 2019, voor zover houdende bevel tot verlenging van de geldigheidsduur van zijn gevangenhouding.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Amsterdam van
23 januari 2019, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld tegen voormelde beschikking van die rechtbank.
Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsman, mr. J. Kleiman.
Bij de behandeling in raadkamer heeft de raadsman namens de verdachte een mondeling schorsingsverzoek gedaan.

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beschikking waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en de gronden waarop deze berust, onder overneming van de motivering van de rechter-commissaris.
Het hof is van oordeel dat een omstandigheid als bedoeld in artikel 67a, derde lid, Sv zich thans niet voordoet. De raadsman heeft zich bij het bepleiten van het tegendeel beroepen op een arrest van dit hof uit 2018 waarin sprake zou zijn van een soortgelijk feitencomplex, bestraft met een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf. Het hof is niet nu al gebleken dat er in deze zaak sprake zou zijn van een gelijke casus, zeker niet waar het de persoon van de verdachte met inbegrip van diens strafblad betreft.
Wat betreft het schorsingsverzoek constateert het hof dat een gedegen reclasseringsrapport met mogelijke schorsingsvoorwaarden en een concreet plan van aanpak op dit moment ontbreekt. Om die reden zal dit verzoek worden afgewezen.
13/684486-18

De beslissing

Het hof:
WIJST AF het beroep tegen de bestreden beschikking, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.
WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
Deze beschikking is gegeven op 6 februari 2019 in raadkamer van dit hof door
mr. J.L. Bruinsma, voorzitter,
mrs. M.M.H.P. Houben en B. van der Werf, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. S.A.M. Borg als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 6 februari 2019,
de advocaat-generaal