De zaak betreft hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter waarin verdachte werd veroordeeld voor winkeldiefstal van een fles rosé wijn ter waarde van circa €4,95.
Het hof heeft het bewijs opnieuw gewogen en oordeelt dat uit de waarnemingen van de verbalisant volgt dat verdachte samen met een mededader de fles uit de winkel heeft weggenomen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening. De gedragingen van verdachte en medeverdachte, waaronder het passeren van de kassa zonder te betalen en het aantreffen van de fles bij verdachte na het verlaten van de winkel, vormen voldoende wettig en overtuigend bewijs voor medeplegen van diefstal.
De strafrechtelijke beoordeling leidt tot een veroordeling tot een gevangenisstraf van één week, met aftrek van voorarrest. Hierbij is rekening gehouden met de ernst van het feit, de recidive van verdachte en de geringe waarde van het gestolen goed. Het hof vernietigt het eerdere vonnis en spreekt verdachte vrij voor hetgeen niet bewezen is verklaard.