ECLI:NL:GHAMS:2019:717
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Gezamenlijk gezag en kinderalimentatie na inkomensvermindering onderhoudsplichtige
Partijen hadden een relatie waaruit een minderjarige is geboren. De man verzocht het gezamenlijk gezag toe te wijzen en de vrouw niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoek tot kinderalimentatie. Het hof vernietigde het gezagsbesluit van de rechtbank en kende gezamenlijk gezag toe, omdat voldoende communicatie tussen partijen bestaat en geen onaanvaardbaar risico voor het kind is vastgesteld.
De man stelde dat zijn draagkracht moest worden berekend op basis van een lager inkomen sinds 2017 door een door hem niet beïnvloedde salarisverlaging. Het hof oordeelde dat de man deze inkomensvermindering zelf heeft teweeggebracht en onvoldoende heeft aangetoond dat deze niet herstelbaar is. Daarom bleef bij de draagkrachtbepaling het hogere inkomen uit 2015 gelden.
De kinderalimentatie van €286 per maand, vastgesteld door de rechtbank, werd door het hof bekrachtigd. De man bood een lagere bijdrage aan, maar onderbouwde dit onvoldoende. De ingangsdatum van de alimentatie bleef 1 november 2016. Het hof wees de overige verzoeken van de man af en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot gezamenlijk gezag toe en bekrachtigt de kinderalimentatie van €286 per maand.