ECLI:NL:GHAMS:2019:743
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis voor opzettelijke invoer van cocaïne vanuit Curaçao
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 19 februari 2019 het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 18 mei 2018 bevestigd in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het invoeren van cocaïne vanuit Curaçao.
Het hof heeft het bewijs opnieuw gewogen en geoordeeld dat de verdachte met vol opzet handelde in plaats van met voorwaardelijk opzet zoals de rechtbank eerder had aangenomen. De verdachte had een koffer van een onbekende man meegenomen die bijna acht kilo woog, wat het hof bijzonder veel vond gezien de afmetingen van de koffer. De verklaring van de verdachte dat zij niet wist dat er cocaïne in de koffer zat, werd door het hof als volstrekt onaannemelijk beoordeeld.
Het hof benadrukte dat een passagier die met bagage reist, geacht wordt bekend te zijn met de inhoud en daarvoor verantwoordelijk te zijn. Het ontbreken van enige aanwijzing voor het door de verdachte geschetste scenario versterkte het oordeel dat zij wist dat zij cocaïne vervoerde. De straf werd bevestigd op 30 maanden gevangenisstraf zoals door de advocaat-generaal geëist.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf wegens opzettelijke invoer van cocaïne.