ECLI:NL:GHAMS:2019:847
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- J.L. Bruinsma
- E. van Die
- H.F. van Kregten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen gevangenhouding wegens vluchtgevaar van asielzoeker
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 6 maart 2019 het hoger beroep behandeld tegen de beschikking van de politierechter die een bevel tot gevangenhouding van de verdachte oplegde. De verdachte, een asielzoeker zonder vaste verblijfplaats, werd verdacht en veroordeeld door de politierechter. Het hof heeft de stukken inzake de voorlopige hechtenis bestudeerd en de advocaat-generaal en verdachte gehoord.
Het hof sluit zich aan bij de gronden van de politierechter en oordeelt dat er voldoende ernstige bezwaren zijn tegen de verdachte. Er is geen aanwijzing dat het vonnis van de politierechter op een juridische of feitelijke misslag berust. De verdachte heeft geen vaste woon- of verblijfplaats, geen werk en geen inkomen, en het is onduidelijk of hij nog in een asielzoekerscentrum kan verblijven.
Gezien deze omstandigheden is er sprake van vluchtgevaar, omdat te vrezen valt dat de verdachte zich aan berechting zal onttrekken of niet vindbaar zal zijn voor justitie. Daarnaast is de kleine recidivegrond van artikel 67a, tweede lid, Sv, van toepassing. Daarom wijst het hof het hoger beroep af en bevestigt het de gevangenhouding.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt de gevangenhouding wegens vluchtgevaar en kleine recidivegrond.