ECLI:NL:GHAMS:2019:848
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- J.L. Bruinsma
- E. van Die
- H.F. van Kregten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep en schorsingsverzoek voorlopige hechtenis wegens recidivegevaar
Het gerechtshof Amsterdam heeft het hoger beroep van de verdachte tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam betreffende zijn voorlopige hechtenis behandeld. De verdachte werd verdacht van meerdere vermogensdelicten, waarbij ernstige bezwaren werden aangenomen voor de meeste feiten, behalve voor één feit waarbij alleen herkenning op kleding was gebaseerd.
Het hof bevestigde de gronden voor voorlopige hechtenis, waaronder het recidivegevaar vanwege eerdere justitiële documentatie en de ernst van de feiten. Ondanks het verzoek van de raadsman om de voorlopige hechtenis te schorsen, oordeelde het hof dat het recidivegevaar niet door voorwaarden kon worden weggenomen.
De beschikking van het hof wijst het hoger beroep en het schorsingsverzoek af, waarmee de voorlopige hechtenis wordt voortgezet. De beslissing werd genomen in raadkamer op 6 maart 2019 door drie raadsheren onder voorzitterschap van J.L. Bruinsma.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af, waardoor de voorlopige hechtenis wordt voortgezet.