ECLI:NL:GHAMS:2019:940
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens intrekking
De verdachte was in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden voor het subsidiair tenlastegelegde feit 2, terwijl hij voor overige feiten was vrijgesproken. Het hoger beroep was uitsluitend gericht tegen deze veroordeling. Tijdens het hoger beroep heeft de verdachte middels een akte en mondeling standpunt aangegeven het hoger beroep niet te willen voortzetten.
Het hof heeft daarop, na overleg met het Openbaar Ministerie en gelet op het ontbreken van enig belang bij verdere behandeling, de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Er is geen aanleiding tot nader onderzoek of behandeling van de zaak.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en op 15 januari 2019 uitgesproken. De procedure is hiermee beëindigd zonder inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking.