ECLI:NL:GHAMS:2020:1019
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsingsverzoek voorlopige hechtenis wegens COVID-19 en ernstige bezwaren
De verdachte is in voorlopige hechtenis genomen wegens de vondst van een grote hoeveelheid cocaïne en wapens in een door hem gehuurde loods. Het hof heeft kennisgenomen van het hoger beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot opheffing of schorsing van de voorlopige hechtenis door de rechtbank Noord-Holland.
Tijdens de raadkamerzitting, waarbij de verdachte via videoconferentie werd gehoord vanwege de COVID-19 uitbraak, heeft de raadsvrouw een mondeling schorsingsverzoek ingediend. Het hof heeft het verzoek beoordeeld en geoordeeld dat er ernstige bezwaren zijn tegen de verdachte met betrekking tot de professionele en grootschalige handel in verdovende middelen.
Het hof acht de vrees gerechtvaardigd dat de verdachte bij vrijlating opnieuw betrokken zal zijn bij dergelijke activiteiten, wat een gevaar vormt voor de openbare veiligheid. De recidivegrond blijft daarom gehandhaafd. Daarnaast oordeelt het hof dat het maatschappelijke belang bij gevangenhouding zwaarder weegt dan het persoonlijke belang van de verdachte bij invrijheidstelling.
Met betrekking tot de COVID-19 situatie is onvoldoende onderbouwing geleverd dat de penitentiaire inrichting onvoldoende maatregelen heeft getroffen. De wens van de verdachte om zijn moeder te verzorgen is geen reden voor schorsing. Daarom wijst het hof het beroep en het schorsingsverzoek af.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep en het schorsingsverzoek af en handhaaft de voorlopige hechtenis.