ECLI:NL:GHAMS:2020:1020
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsingsverzoek voorlopige hechtenis ondanks COVID-19 maatregelen
Het Gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van een verdachte tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam die het verzoek tot opheffing van zijn voorlopige hechtenis had afgewezen. De verdachte verbleef in de penitentiaire inrichting te Zwolle en stelde dat de strafzaak vertraging zou oplopen door COVID-19 maatregelen, en dat zijn gezondheid in gevaar was door het virus.
De raadkamer heeft de stukken bestudeerd en de advocaat-generaal en raadsman gehoord. Het hof sloot zich aan bij de gronden van de rechtbank, waarbij werd benadrukt dat de vertraging van de strafzaak door COVID-19 niet voldoende zwaarwegend persoonlijk belang vormt om voorlopige hechtenis te schorsen.
Daarnaast oordeelde het hof dat onvoldoende was onderbouwd dat binnen de penitentiaire inrichting geen adequate maatregelen tegen COVID-19 zijn genomen. Het belang van maatschappelijke veiligheid weegt zwaarder dan het belang van de verdachte bij invrijheidstelling.
Daarom wees het hof het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af en bevestigde het de bestreden beslissing van de rechtbank.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing en het belang van maatschappelijke veiligheid.