ECLI:NL:GHAMS:2020:1021
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsingsverzoek voorlopige hechtenis ondanks COVID-19-pandemie
De verdachte, geboren in 1981 en verblijvend in het Justitieel Complex Zaanstad, verzocht om schorsing van zijn voorlopige hechtenis. Dit verzoek werd behandeld in de raadkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 1 april 2020, waarbij de verdachte via videoconferentie werd gehoord vanwege de COVID-19-pandemie.
Het hof beoordeelde dat het belang van de verdachte bij invrijheidstelling niet opweegt tegen de gewichtige maatschappelijke veiligheidsredenen die aan zijn gevangenhouding ten grondslag liggen. Hoewel de strafzaak mogelijk vertraging oploopt door de pandemie, is er nog steeds uitzicht op een inhoudelijke behandeling binnen afzienbare tijd.
Het verzoek betrof een herhaling van eerdere verzoeken, waarop het hof verwees naar de afwijzing van 10 maart 2020. Op basis hiervan werd het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte is afgewezen vanwege maatschappelijke veiligheidsbelangen.