ECLI:NL:GHAMS:2020:1098
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging van effectenleaseovereenkomsten wegens ontbreken schriftelijke toestemming echtgenote
Het geschil betreft vier effectenleaseovereenkomsten gesloten tussen appellant en Dexia, waarbij de echtgenote van appellant geen schriftelijke toestemming had gegeven, wat volgens de wet vernietigingsgrond is. De kantonrechter had eerder geoordeeld dat de vernietigingsvordering was verjaard, mede op basis van een bewijsvermoeden dat de echtgenote op de hoogte was van de overeenkomsten.
In hoger beroep heeft het hof dit bewijsvermoeden verworpen op grond van getuigenverklaringen van appellant en zijn zoon, die stelden dat de echtgenote niet bekend was met de overeenkomsten. Hierdoor slaagt de primaire vordering tot vernietiging van de overeenkomsten.
Het hof bepaalt vervolgens de verrekening van de verkoopopbrengst van de (uit)geleverde aandelen, waarbij het bedrag wordt vastgesteld op basis van het gewogen gemiddelde van de verkoopprijzen. Dexia wordt veroordeeld tot terugbetaling van het saldo vermeerderd met wettelijke rente en de kosten van het geding.
De overige grieven worden niet behandeld en het arrest wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De effectenleaseovereenkomsten worden vernietigd en Dexia wordt veroordeeld tot terugbetaling verminderd met de verkoopopbrengst van aandelen plus rente.