ECLI:NL:GHAMS:2020:1131
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schorsing voorlopige hechtenis ondanks COVID-19 risico
De verdachte heeft een verzoek ingediend tot schorsing van zijn voorlopige hechtenis, stellende dat zijn gezondheid in gevaar zou zijn door het COVID-19 virus binnen de penitentiaire inrichting. Het hof heeft dit verzoek beoordeeld aan de hand van de ernst van het ten laste gelegde feit en de huidige omstandigheden.
Het hof overweegt dat er sprake is van ernstige bezwaren en een geschokte rechtsorde, waardoor schorsing alleen mogelijk is bij zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden. Het steunen van familieleden wordt niet als zodanig aangemerkt. De verdediging heeft aangevoerd dat de gezondheid van de verdachte door het virus gevaar loopt, maar het hof acht de onderbouwing onvoldoende en gaat ervan uit dat adequate maatregelen binnen de inrichting zijn genomen.
Op basis van vaste jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens erkent het hof de zorgplicht van de Staat, maar stelt vast dat het risico niet zodanig is dat schorsing gerechtvaardigd is. Daarom wijst het hof het verzoek af. De beschikking is gegeven in raadkamer op 9 april 2020 door drie raadsheren onder voorzitterschap van de heer M.F.J.M. de Werd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af wegens ernstige bezwaren en onvoldoende onderbouwing van gezondheidsrisico's.