ECLI:NL:GHAMS:2020:1184
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over transitievergoeding bij ontbinding arbeidsovereenkomst wegens vermeend ernstig verwijtbaar handelen werknemer
In deze zaak stond de vraag centraal of werkneemster aanspraak kon maken op de wettelijke transitievergoeding na ontbinding van haar arbeidsovereenkomst met Vesto Schoonmaak Bedrijfdiensten. Vesto stelde dat de arbeidsovereenkomst ontbonden moest worden zonder toekenning van transitievergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer.
De kantonrechter had de arbeidsovereenkomst ontbonden wegens een verstoorde arbeidsverhouding en Vesto veroordeeld tot betaling van de transitievergoeding. Vesto ging in hoger beroep tegen deze veroordeling en voerde aan dat de werknemer onbevoegd onkostenvergoedingen had uitgekeerd, de administratie onrechtmatig had aangepast en zich niet coöperatief had opgesteld in het re-integratieproces.
Het hof oordeelde dat deze verwijten onvoldoende waren onderbouwd en niet bewezen konden worden. Er was geen sprake van een patroon van grensoverschrijdend gedrag dat ernstig verwijtbaar was. Daarom werd de beschikking van de kantonrechter bekrachtigd en werd Vesto veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking en bevestigt dat werkneemster recht heeft op transitievergoeding wegens ontbreken van ernstig verwijtbaar handelen.