ECLI:NL:GHAMS:2020:1207

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
7 april 2020
Publicatiedatum
11 mei 2020
Zaaknummer
200.269.245/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:359c BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering tot uitkoop gewone aandelen Kas Bank met vaststelling prijs en rente

De Ondernemingskamer Amsterdam behandelde de vordering van Caceis Bank S.A. tot uitkoop van gewone aandelen in Kas Bank N.V. Caceis stelde dat zij op 11 november 2019 ten minste 95% van de geplaatste gewone aandelen en stemrechten hield, hetgeen zij onderbouwde met een aanvullende notariële verklaring en het aandeelhoudersregister. De Ondernemingskamer bevestigde dat Caceis aan het 95%-vereiste voldeed en dat de overige aandeelhouders correct waren gedagvaard.

Op basis van deze feiten wees de Ondernemingskamer de vordering toe en veroordeelde de gedaagden tot overdracht van het onbezwaarde recht op hun gewone aandelen aan Caceis. De prijs per aandeel werd vastgesteld op €12,75 per aandeel per 27 september 2019, met een wettelijke rente over de prijs zolang deze niet is betaald. Uitkeringen op de aandelen in die periode worden in mindering gebracht op de te betalen prijs.

De Ondernemingskamer verklaarde het arrest uitvoerbaar bij voorraad en wees het meer of anders gevorderde af. Omdat de gedaagden geen verweer voerden en STAK zich bij het oordeel aansloot, werd geen kostenveroordeling uitgesproken.

Uitkomst: De vordering tot uitkoop van gewone aandelen Kas Bank werd toegewezen met prijsvaststelling op €12,75 per aandeel en wettelijke rente vanaf 27 september 2019.

Uitspraak

arrest
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.269.245/01 OK
arrest van de Ondernemingskamer van 7 april 2020
inzake
de vennootschap naar Frans recht
CASEIS BANK S.A.,
gevestigd te Parijs, Frankrijk,
EISERES,
advocaten:
mr. D.J.F.F.M. Duynsteeen
mr. C.C.M. de Smet, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
1. de stichting
STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR AANDELEN KAS BANK,
gevestigd te Amsterdam,
GEDAAGDE,
advocaat:
mr. A.F.J.A. Leijten, kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
2. de vereniging
VERENIGING VAN EFFECTENBEZITTERS,
gevestigd te ‘s-Gravenhage,
3.
[A],
woonachtig te [....] ,
4. de naamloze vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
KAS BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
GEDAAGDEN,
niet verschenen.

1.Het verloop van het geding

1.1
In het vervolg zal eiseres opnieuw worden aangeduid met Caceis, gedaagde sub 1 met STAK en gedaagde sub 4 met Kas Bank. De Ondernemingskamer hanteert in dit arrest dezelfde definities als in het tussenarrest van 11 februari 2020 (hierna: het tussenarrest).
1.2
Voor het eerdere verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar het tussenarrest. In het tussenarrest (rov. 3.7) heeft de Ondernemingskamer, kort samengevat, Caceis in de gelegenheid gesteld bij akte een (notariële) verklaring over te leggen waaruit blijkt dat zij op 11 november 2019 heeft voldaan aan het 95%-vereiste en waaruit het aandeelhouderbestand op 11 november 2019 blijkt.
1.3
Caceis heeft op 25 februari 2020 bij akte een aanvullende notariële verklaring met bijlagen in het geding gebracht. Vervolgens is wederom arrest gevraagd.

2.De gronden van de beslissing

2.1
Caceis heeft ter staving van haar stelling dat zij op de datum van uitbrengen van de dagvaarding, zijnde 11 november 2019, voor eigen rekening ten minste 95% van de geplaatste Gewone Aandelen in het kapitaal van Kas Bank verschafte en ten minste 95% van de stemrechten in Kas Bank vertegenwoordigde, een aanvullende verklaring van mr. M.J.C. Arends, notaris te Amsterdam, van 19 februari 2020 overgelegd. De notaris heeft in zijn verklaring op basis van de door hem onderzochte documenten, en in aanvulling op zijn verklaring van 8 november 2019, onder meer verklaard dat op 11 november 2019:
i. Caceis (14.397.507/(15.699.017-916.363) x 100%=) 97,39% van de bij derden uitstaande Gewone Aandelen en dus 97,39% van het geplaatste (en bij derden uitstaande) kapitaal van Kas Bank hield;
ii. Caceis 97,39% van de stemrechten in de algemene vergadering van Kas Bank vertegenwoordigde (14.397.507/(15.699.017-916.363) x 100%). Hierbij is in aanmerking genomen dat op de door Kas Bank in haar eigen kapitaal gehouden Eigen Aandelen geen stem kan worden uitgebracht in de algemene vergadering van Kas Bank.
2.2
Voorts heeft Caceis als bijlage bij vorenbedoelde aanvullende notariële verklaring een kopie van het aandeelhoudersregister van Kas Bank per 11 november 2019 overgelegd op basis waarvan de Ondernemingskamer vaststelt dat Caceis de andere aandeelhouders deugdelijk heeft gedagvaard.
2.3
Gelet op het hetgeen hiervoor in 2.1 en 2.2 is overwogen, mede in onderling verband bezien met hetgeen in het tussenarrest is overwogen, zal de Ondernemingskamer de vordering toewijzen als in het dictum hierna vermeld. Nu STAK zich aan het oordeel van de Ondernemingskamer heeft gerefereerd en de overige gedaagden geen verweer hebben gevoerd, ziet de Ondernemingskamer geen grond voor een kostenveroordeling.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
veroordeelt gedaagden het onbezwaarde recht op de door ieder van hen gehouden gewone aandelen in het geplaatste aandelenkapitaal van de naamloze vennootschap Kas Bank N.V. aan Caseis Bank S.A. over te dragen;
stelt de prijs van de over te dragen aandelen vast per 27 september 2019, en wel op € 12,75 per gewoon aandeel;
bepaalt dat die prijs, voor zolang en voor zover deze niet is betaald, wordt verhoogd met de wettelijke rente van 27 september 2019 tot de dag van overdracht of de dag van consignatie van de prijs met rente overeenkomstig artikel 2:359c BW;
bepaalt dat uitkeringen, in laatst bedoelde tijdvak op de gewone aandelen betaalbaar gesteld, tot gedeeltelijke betaling van de prijs op de dag van betaalbaarstelling strekken;
veroordeelt Caseis Bank S.A. de vastgestelde prijs, met rente zoals vermeld, te betalen aan degenen aan wie de gewone aandelen toebehoren of zullen toebehoren tegen levering van het onbezwaarde recht op de gewone aandelen;
verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit arrest is gewezen door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. C.C. Meijer en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, prof. dr. mr. F. van der Wel RA en prof. drs. E. Eeftink RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. S.C. Prins, griffier, en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 7 april 2020.