Uitspraak
mr. D.J.F.F.M. Duynsteeen
mr. C.C.M. de Smet, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
mr. A.F.J.A. Leijten, kantoorhoudende te Amsterdam,
[A],
Gerechtshof Amsterdam
De Ondernemingskamer Amsterdam behandelde de vordering van Caceis Bank S.A. tot uitkoop van gewone aandelen in Kas Bank N.V. Caceis stelde dat zij op 11 november 2019 ten minste 95% van de geplaatste gewone aandelen en stemrechten hield, hetgeen zij onderbouwde met een aanvullende notariële verklaring en het aandeelhoudersregister. De Ondernemingskamer bevestigde dat Caceis aan het 95%-vereiste voldeed en dat de overige aandeelhouders correct waren gedagvaard.
Op basis van deze feiten wees de Ondernemingskamer de vordering toe en veroordeelde de gedaagden tot overdracht van het onbezwaarde recht op hun gewone aandelen aan Caceis. De prijs per aandeel werd vastgesteld op €12,75 per aandeel per 27 september 2019, met een wettelijke rente over de prijs zolang deze niet is betaald. Uitkeringen op de aandelen in die periode worden in mindering gebracht op de te betalen prijs.
De Ondernemingskamer verklaarde het arrest uitvoerbaar bij voorraad en wees het meer of anders gevorderde af. Omdat de gedaagden geen verweer voerden en STAK zich bij het oordeel aansloot, werd geen kostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De vordering tot uitkoop van gewone aandelen Kas Bank werd toegewezen met prijsvaststelling op €12,75 per aandeel en wettelijke rente vanaf 27 september 2019.