ECLI:NL:GHAMS:2020:1241
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvullend voorschot op salaris vereffenaar nalatenschap
De zaak betreft een hoger beroep van de vereffenaar van de nalatenschap van een overleden hypotheekadviseur, die een aanvullend voorschot op zijn salaris vordert. De kantonrechter had dit verzoek afgewezen omdat het salaris slechts toekomt voor werkzaamheden die in het belang van de schuldeisers zijn verricht en de vereffenaar onvoldoende had onderbouwd dat zijn werkzaamheden dit voorschot rechtvaardigen.
De nalatenschap omvatte onder meer een woning, banksaldi en een onderneming, met een betwiste vordering van de moeder van de erflater. De vereffenaar had vertraging veroorzaakt door langdurige onderhandelingen met de moeder over deze vordering, terwijl de erfgenaam deze betwistte. Daarnaast was een groot deel van de vereffeningswerkzaamheden al voorbereid door een gemachtigde van de erfgenaam.
Het hof oordeelde dat de vereffenaar zijn taak niet als goed vereffenaar had uitgevoerd, dat onnodige vertraging was opgetreden en dat het urenoverzicht onvoldoende inzicht gaf in de aard en noodzaak van de werkzaamheden. De grieven van de vereffenaar werden verworpen en de beschikking van de kantonrechter werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de vereffenaar tot een aanvullend voorschot op zijn salaris af en bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter.