Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
mr. R.A. Korverte Amsterdam,
mr. J.J. van Dortte Naarden.
1.Het geding in hoger beroep
2.Beoordeling
verblijfplaatsen:
- van 21 september 1998 tot 13 november 2000 in Oisterwijk in Observatiecentrum en Pedologisch Instituut Hondsberg la Salle (de Hondsberg), een observatie- en behandel-centrum voor kinderen met een (vermoeden) van een verstandelijke handicap of psychiatrische problematiek;
- van 13 november 2000 tot 21 november 2002 in Amsterdam bij zijn ouders thuis (vanaf november 2001 met hulp van een medewerker van De Kleine Johannes);
- van 21 november 2002 tot 10 april 2003 in Amsterdam in De Kleine Johannes (DKJ), locatie Gooioord, een kleinschalige residentiële instelling voor verstandelijk gehandicapte kinderen;
- van 10 april 2003 tot 28 november 2003 in Amsterdam in het pedologisch instituut De Piramide;
- van 28 november 2003 tot 1 november 2004 in Amsterdam bij zijn ouders thuis;
- van 1 november 2004 tot 17 februari 2007 in Amsterdam bij DKJ, locatie Akerwateringstraat;
- van 17 februari 2007 tot december 2009 in Purmerend bij De Pijler.
- in de periode 21 september 1998 tot 13 november 2000 de interne school van de Hondsberg;
- in de periode van 13 november 2000 tot 15 augustus 2001 geen school;
- vanaf 15 augustus 2001 tot augustus 2003 De Kleine Prins, een school voor kinderen met normaal IQ en gedragsproblemen (Z.M.O.K.);
- vanaf augustus 2003 tot de zomer 2004 de school van De Piramide;
- vanaf augustus 2004 tot augustus 2006 de E.J. van Detschool, een school voor kinderen met gecompliceerde problematiek;
- vanaf augustus 2006 (de rechtbank noteert per abuis 2007) tot medio 2008 OPDC
- vanaf september 2008 VMBO-T op de Apolloschool in Amsterdam, een school voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben.
onderzoeksrapporten/verslagen:
- een verslag van bevindingen van het consultatiebureau van 11 juli 1994 en
- een rapport van P. Aarts, orthopedagoge, gedateerd 20 augustus (hof:) 1997;
- een briefrapport van J.A.G. Somers, kinderpsychiater, gedateerd 28 augustus 1997;
- een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming, gedateerd 8 oktober 1997;
- een ongedateerd rapport van J.R. Noorloos, psycholoog-psychotherapeut,
- een briefrapport van R.E. Breuk, kinder- en jeugdpsychiater, gedateerd
- een verslag van A.F. van Assema, orthopedagoog, gedateerd 26 februari 1998;
- een rapport van A.F. van Assema, orthopedagoog, gedateerd 3 juni 1998;
- een gemeenschappelijk rapport van medewerkers van de E.J. van Detschool, onder wie een jeugdarts, psycholoog en orthopedagoog, gedateerd januari 2001;
- een ongedateerd rapport van J. Aalbers, orthopedagoog, opgesteld naar aanleiding van een op 14 mei 2002 gedaan onderzoek;
- een rapport van De Kleine Prins, gedateerd juni 2002;
- een briefrapport van P. Erkelens, kinder- en jeugdpsychiater, en S.M. Meijer, kinder- en jeugdpsychiater i.o., verbonden aan De Piramide, gedateerd 6 november 2003;
- een verslag van DKJ, locatie Akerwateringstraat, gedateerd 6 juli 2005, van de hand van [V] ;
- een rapport van W. Jacobs, orthopedagoog, en G.J. Nijhof, GZ-psycholoog, gedateerd 30 november 2005.
hulpverleningsplannen/(evaluatie)verslagen,welke ten dele zijn ingebracht na het tussenarrest van 19 april 2016:
- een evaluatie/hulpverleningsplan, met betrekking tot de periode 22 oktober 1999 tot augustus 2000, opgemaakt in juli 2000;
- een evaluatie/hulpverleningsplan, met betrekking tot de periode 22 juli 2001 tot oktober 2002, opgemaakt in oktober 2002;
- een hulpverleningsplan, vastgesteld op 26 maart 2007 met drie bijlagen waaronder een evaluatierapport met betrekking tot de periode september 2006 tot februari 2007;
- een mailbericht van Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam (BJAA), inhoudende een verslag van een beraad over de te volgen hulpverleningskoers, gedateerd 27 november 2006.
samengevat:
de (onderwijs)instellingen is geweest, waar [X] werd geplaatst of naar school ging.”
voor die periodeeen betrouwbaar en valide beeld geven, ook al betreft het mogelijk een prestatie op een lager niveau dan wat een kind onder betere omstandigheden had aangekund. Daarbij achten zij de gevalideerde intelligentietest en rapportages van de professionals die belast waren met de diagnostiek en zorg voor [X] van meer waarde dan de overgelegde verklaring van [X] voetbaltrainer.