ECLI:NL:GHAMS:2020:1349
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid WAM-verzekeraar bij aanrijding auto met caravan afgewezen
Op 19 augustus 2016 vond een aanrijding plaats tussen een auto bestuurd door appellant en een auto met caravan bestuurd door [C]. Appellant stelde [C] aansprakelijk en vorderde schadevergoeding van diens WAM-verzekeraar NH1816. De kantonrechter wees de vordering af omdat appellant onvoldoende onderbouwde dat [C] achteruit reed.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de caravan achteruit reed en dat de schade daardoor was veroorzaakt. Hij overlegde een ongevallenanalyse van een deskundige die stelde dat het schadebeeld het meest sprak voor een achteruitrijdende caravan, maar kon geen eenduidige conclusie geven. NH1816 betwistte dit en baseerde zich op het aanrijdingsformulier en een schriftelijke verklaring waarin werd gesteld dat de caravan stilstond.
Het hof oordeelde dat appellant zijn stellingen onvoldoende feitelijk had onderbouwd en dat de analyse van de deskundige geen doorslaggevende bewijskracht had. De verklaringen van [C] en een getuige werden als betrouwbaarder beschouwd. Het hof liet appellant niet toe tot bewijslevering omdat hij geen concrete feiten of omstandigheden had gesteld die tot een andere uitkomst konden leiden.
Daarom werd het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd en appellant veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de WAM-verzekeraar niet aansprakelijk is wegens onvoldoende bewijs dat de auto met caravan achteruit reed.