Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
Verwerping verweer
Oplegging van straf
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) maanden.
Gerechtshof Amsterdam
In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Amsterdam bevestigd dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan poging woninginbraak. De rechtbank had verdachte veroordeeld tot tien weken gevangenisstraf, maar het hof vernietigde de strafoplegging en motivering en deed in zoverre opnieuw recht.
Het hof oordeelde dat de poging tot inbraak voldoende bewezen was op basis van de gebezigde bewijsmiddelen en verwierp het verweer van de verdediging dat er geen begin van uitvoering was. Bij de strafoplegging hield het hof rekening met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is gepleegd en de persoon van de verdachte, die eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke feiten.
Daarnaast nam het hof de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) in acht, waarbij bij recidive een gevangenisstraf van vijf maanden als uitgangspunt geldt. Gezien het feit dat het om een poging gaat en de straf die aan een medeverdachte is opgelegd, achtte het hof een gevangenisstraf van drie maanden passend en geboden.
De tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, wordt in mindering gebracht op de opgelegde straf. Voor het overige bevestigt het hof het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest wegens poging woninginbraak.