ECLI:NL:GHAMS:2020:161
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak medeplegen seksuele handelingen en ontucht met minderjarige
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland in een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van medeplegen van seksuele handelingen en ontucht met een minderjarige pleegkind. De tenlastelegging betrof handelingen gepleegd in de periode van maart tot mei 2015 te Julianadorp.
Tijdens het hoger beroep heeft het hof het bewijs beoordeeld, waaronder de verklaringen van de benadeelde en getuigen. Het hof constateerde dat de verklaringen van de benadeelde niet eenduidig waren en dat het onvoldoende duidelijk was welke handelingen zij uit eigen waarneming herinnerde en welke zij van horen zeggen had. Daarnaast ontbrak onafhankelijke steun voor de belangrijkste beschuldigingen.
De getuigenverklaringen boden geen overtuigend bewijs ter ondersteuning van de beschuldigingen. Op grond hiervan oordeelde het hof dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen. De verdachte werd daarom vrijgesproken. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde werd afgewezen omdat de verdachte niet schuldig was verklaard. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.