ECLI:NL:GHAMS:2020:162
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak medeplegen seksuele handelingen en ontucht met minderjarige
In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland werd verdachte beschuldigd van medeplegen van seksuele handelingen en ontucht met een minderjarige, die onder invloed was van alcohol verstrekt door verdachte of medeverdachte.
De tenlastelegging omvatte onder meer het binnendringen van de vagina en anus van het slachtoffer met vingers en penis, evenals het betasten en kussen van het lichaam. Het hof heeft de zaak onderzocht aan de hand van verklaringen van het slachtoffer, getuigen en het dossier.
Het hof oordeelde dat de verklaringen van het slachtoffer onvoldoende duidelijkheid boden over welke handelingen zij uit eigen waarneming herinnerde en welke zij van horen zeggen kende. Daarnaast ontbrak onafhankelijke ondersteuning van deze verklaringen door getuigenverklaringen.
Gezien het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs sprak het hof de verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer werd niet ontvankelijk verklaard omdat de verdachte niet schuldig was bevonden.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.