De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor twee gevallen van winkeldiefstal, gepleegd in maart 2019 in Amsterdam. Het hof heeft het vonnis van de politierechter vernietigd en kwam tot een andere bewezenverklaring, waarbij de verdachte schuldig werd bevonden aan het wegnemen van levensmiddelen en etenswaren met het oogmerk zich deze wederrechtelijk toe te eigenen.
De tenlastelegging betrof het stelen van onder andere karbonades, beenham, trostomaten, stroopwafels, kaas en hotribs uit twee verschillende vestigingen van een winkelbedrijf. De verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden. Het hof oordeelde dat er geen omstandigheden waren die de strafbaarheid van de verdachte uitsloten.
De politierechter legde een gevangenisstraf van 14 dagen op, waarvan 8 voorwaardelijk. De advocaat-generaal eiste 8 dagen gevangenisstraf. Gezien de ernst van de feiten en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, wees het hof toepassing van artikel 9a Sr af en legde een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van één week op met een proeftijd van twee jaar.
Het hof benadrukte dat winkeldiefstal een ernstige vorm van criminaliteit is die winkeliers schade berokkent en het eigendomsrecht schaadt. De straf is passend geacht gezien de omstandigheden en het bewezenverklaarde. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 3 juli 2020.