ECLI:NL:GHAMS:2020:1873
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens intrekking bezwaren
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 27 mei 2020 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter te Noord-Holland van 6 februari 2019. De verdachte, geboren in 1976, had hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep gaf de raadsman van de verdachte aan dat hij de oorspronkelijke bezwaren tegen het vonnis niet langer wenste te handhaven en verzocht het hof om de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep.
Het hof heeft het verzoek van de raadsman overgenomen en vastgesteld dat er geen rechtens te respecteren belang bestaat bij voortzetting van het hoger beroep. Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering werd de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit de rechters J.W.P. van Heusden, J.J.I. de Jong en P.F.E. Geerlings. Vanwege omstandigheden kon mr. J.J.I. de Jong het arrest niet medeondertekenen. De beslissing betekent dat het hoger beroep niet inhoudelijk is behandeld en het vonnis van de politierechter van kracht blijft.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking van bezwaren.