Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het beklag
de medewerkers van Politie-eenheid Amsterdam die betrokken waren bij klaagsters aanhouding en insluiting in de nacht van 22 op 23 mei 2018(hierna: beklaagden) ter zake van mishandeling.
Gerechtshof Amsterdam
Klaagster deed aangifte van mishandeling door politiemedewerkers tijdens haar aanhouding en insluiting op 22-23 mei 2018. Zij verklaarde onder meer te zijn geslagen, tegen een muur te zijn gegooid en met knieën op haar rug te zijn gedrukt. De politie trof haar verward aan na een melding over een dronken vrouw die zichzelf verwondde.
Het hof onderzocht het dossier, waaronder camerabeelden van het cellencomplex, verklaringen van betrokken agenten en een letselverklaring van de GGD. De beelden toonden geen mishandeling en de agenten ontkenden geweld te hebben gebruikt. Het letsel kon ook zijn veroorzaakt door het gedrag van klaagster zelf of het in bedwang houden.
Het hof concludeerde dat er onvoldoende steunbewijs is om de aangifte te bevestigen en dat het gebruikte geweld niet onnodig of disproportioneel was. Er is geen aanleiding tot strafvervolging en het beklag wordt ongegrond verklaard. Het hof besloot het beklag af te wijzen, waarmee het besluit van de officier van justitie wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het beklag over politiegeweld wordt afgewezen wegens gebrek aan steunbewijs voor mishandeling en geen disproportioneel geweld.