In hoger beroep tegen het vonnis van de kinderrechter is vastgesteld dat verdachte op 14 september 2019 te Amsterdam een powerbank heeft weggenomen uit een winkel met het oogmerk deze wederrechtelijk toe te eigenen.
De verdediging voerde aan dat de fouillering onrechtmatig was omdat deze was verricht door een particuliere beveiliger, waardoor het bewijs van de aangetroffen powerbank uitgesloten zou moeten worden. Het hof oordeelt echter dat fouillering door een onbevoegde particuliere beveiliger geen strafrechtelijke consequenties heeft voor de verdachte en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die tot bewijsuitsluiting leiden.
Het hof acht het bewijs, waaronder het aangifteformulier en het dossier, toereikend en overtuigend om de diefstal wettig en overtuigend bewezen te verklaren. De verdachte is eerder onherroepelijk veroordeeld voor een gekwalificeerde diefstal en pleegde het feit in de proeftijd daarvan.
Gezien de ernst van het feit, de recidive en persoonlijke omstandigheden van de verdachte, legt het hof een werkstraf van 20 uur op, subsidiair 10 dagen jeugddetentie. Het vonnis van de kinderrechter wordt vernietigd en het hof spreekt de verdachte vrij voor hetgeen niet bewezen is verklaard.