ECLI:NL:GHAMS:2020:1975
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vordering bank tot betaling debetsaldo na gebruik platinum creditcard en falend fraudeverweer
Appellant had een betaalrekening bij ING waar een roodstand ontstond door geldopnames met een platinum creditcard die hij zelf had aangevraagd en geactiveerd. Hij stelde dat hij de kaart nooit had ontvangen en dat sprake was van fraude door een ander.
De rechtbank oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs leverde voor zijn stelling en wees zijn vordering af. In hoger beroep werd bevestigd dat de activering van de kaart via Mijn ING en het afleverbewijs, ondertekend door een persoon die waarschijnlijk zijn vriendin was, sterke aanwijzingen zijn dat appellant de kaart in bezit had. Ook de pincode was verstuurd naar zijn woonadres, wat duidt op toegang door appellant of een naaste.
De zorgplicht van ING werd niet geschonden, aangezien de activering beveiligd was en appellant zelf de kaart had aangevraagd. De vordering van ING tot betaling van het debetsaldo werd daarom toegewezen en de vordering van appellant tot opheffing van de BKR-registratie werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt appellant tot betaling van het debetsaldo van €5.436,33 aan ING.